Monoloog: Sensibiliseringsstrategieën

Sensibiliseringsstrategieën – Frank Uytdenhouwen

Onder deze knop geven we je uitleg de sensibiliseringsacties van een aantal projecten die hebben gewerkt aan de gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Als ik moet toelichten hoe die mediacampagnes werken, moet ik je uitleggen hoe SENSIBILISERING werkt in communicatie.

Hoe verloopt communicatie?

Heel eenvoudig, informatie loopt van A naar B. B is onze doelgroep, en we willen dat zij luisteren naar aantal ideeën die we aanbieden. Hoe zorg je daarvoor? Wel: het informatieaanbod of het gedachtegoed moet relevant zijn voor de doelgroep. Het volstaat niet om het mooi te verpakken. Als de informatie de doelgroep op geen enkele manier aanspreekt, als de informatie, met andere woorden, geen enkel probleem oplost voor de doelgroep, of als het in geen enkel nood van de doelgroep voorziet, zal de doelgroep afhaken.

Of een gedachtegoed overleeft of niet, hangt af van hoe nuttig ze is.

De manier waarop het gedachtegoed zich beweegt, is te vergelijken met hoe virussen zich verspreiden. Wij creëren de optimale omstandigheden om een virale besmetting te bekomen.

Nu, WAAROM overleven sommige ideeën, en andere niet? Gaat ’t hem om de verpakking? Zal iets alleen verkopen als het mooi verpakt is? Natuurlijk is het niet de verpakking alleen. Het moet ook een NUT hebben. En de OMSTANDIGHEDEN waarin ideeën worden aangeboden, en AAN WIE, moet juist zijn.
Het virus dat de mazelen veroorzaakt bij mensen, bijvoorbeeld, zal zich niet verspreiden onder olifanten.

Daarom is het belangrijk dat je een boodschap brengt waar de doelgroep iets aan heeft. Soms is de doelgroep het niet eens met zo’n idee. Of is ze er gewoon nog niet klaar voor. Dan zal het idee ook niet blijven hangen.

Kijk, we leven ook anders dan pakweg 100 jaar geleden. Vroeger vertelde de pastoor op zondag hoe je je moest gedragen, en de meeste mensen deden dat zo goed mogelijk. Maar nu hebben we allemaal toegang tot ZOVEEL ideeën, opvattingen, nuances, levensstijlen, ... De kans bestaat dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Zeker in onze huidige samenleving worden we overstelpt met informatie, en hebben wij geleerd om nieuwigheden kritisch te benaderen. Dat MOET, om te overleven.

Informatie verspreiden via sensibiliseringsacties met virale inbouw, is vooral functioneel. Als je aan cultuuroverdracht wil doen, moet je oog hebben voor het feit dat iedere cultuur of community zijn helden nodig heeft.

Vooral in gevallen waarin we het moeilijk vinden om een nieuwe gedachtegoed aan de man te brengen, of om een bestaande gedachtegoed bij te sturen, zijn sensibiliseringsacties nuttig.

Hoe werkt dat nu?
Kijk, ik geef een voorbeeld. Mensen weten al heel lang dat ze hun handen moeten wassen. Waarom doen mensen dat? Omdat dat ‘proper’ is. Kennelijk moeten mensen dus ondervonden hebben dat met vuile handen eten bereiden of eten, of operen, of wat dan ook, ongezond moest zijn.  Want vroeger was de verklaring nog niet: “je moet je handen wassen, zodat bacteriën zich niet verspreiden.” Want de doorsnee burger wist nog niet wat bacteriën waren. De held was toen gewoon een stuk zeep én schoonheid.

Dus EERST is het idee er. Er is een waarheid. Die geef je mee.
Mensen ondervinden dat die ‘waarheid’ WERKT. En het WAAROM van die waarheid kan soms lang op zich laten wachten. Voor sommige mensen is het genoeg te weten dat het ‘idee’ werkt. Of is het genoeg om MEE te willen DOEN AAN DE OVERGEDRAGEN CULTUUR. Bijvoorbeeld: de minirok.  

Zo werkt het ook met de sensibiliseringsacties hier, die in samenwerking met het ESF zijn ontwikkeld. Ideeën die een deel van de bevolking belemmeren in hun groei NAAR of OP de arbeidsmarkt, worden weggeduwd door een nieuw zelfbeeld aan te bieden. De doelgroep identificeert zichzelf vervolgens met het rolmodel. Denk maar aan het Beatles-kapsel, om maar een heel herkenbaar voorbeeld te geven.

Als je nieuwe ideeën introduceert, door te TONEN hoe die nieuwe ideeën functioneren, zet je iets in werking bij de doelgroep.

Zo, nu weten we hoe die sensibiliseringsacties werken.

Maar hoe pak je als promotor zo’n project aan? WAT moet je doen om er voor te zorgen dat je actie ook werkt? Welke informatie stuur je de wereld in? Wel, eerst leg je je doelgroep vast. Binnen de context van wat we met de mediacampagnes willen bereiken, moeten we er voor zorgen dat de informatie die je de wereld instuurt, DICHT BIJ DE ERVARINGSWERELD van de doelgroep ligt.

Je leert die ervaringswereld beter kennen door onderzoek te doen, EN door je gevoel te gebruiken. Je combineert ONDERZOEK en AANVOELEN.

Je legt eerst vast in welke gemoedstoestand de doelgroep zich bevindt. Dat is niet gemakkelijk, maar het is een denkoefening die je MOET maken. Want stel je voor dat je een taxichauffeur bent. En je wil iemand van de ene plek naar de andere brengen. Van de ene denkwijze naar de andere. Dan moet je eerst weten waar je die persoon moet oppikken. Wat wij hier doen, is een soort helderziende taxichauffeur spelen. We zien dat iemand ‘onderweg’ is, maar verloren loopt. We wéten waar hij zich bevindt, en we stellen voor dat hij instapt. En we nemen hem mee naar een plek waar hij wel wil zijn.

Nu, het gaat hem niet alleen om nieuwe ideeën te introduceren bij de doelgroep. Zoals gezegd moet die informatie nuttig zijn.
Je boodschap moet ZICH ONDERSCHEIDEN van wat er ooit al gezegd is over het onderwerp. Als je boodschap NUTTIG is voor de doelgroep, als het voor hen een probleem helpt oplossen, of als het een VERRIJKING van hun leven betekent, zal dat idee bij de doelgroep blijven hangen. De doelgroep zal dan ook geneigd zijn die informatie zelf door te geven.

De conclusie is: IDEEEN die de groep TEN GOEDE komen, en die je op HERKENBARE wijze brengt: HEBBEN SUCCES.